Een zachte jeneverdood Print

De ober zette op vrijdagmiddag

als hij afsloot en naar huis ging

de laatste drie borrels klaar

in het buffet van de kantine.

Onze vaste vriend wist ze daar;

de rest van de middag bleef hij

somberend en zwijgend

voor zich uit en diep in het

vol-ledige glaasje kijkend.

Die maandagochtend vonden ze hem;

uitgeteld ,  de kelkjes allemaal

keurig leeg en op een strakke rij.

Zoals het de ware drinker betaamt.